longfunctie-onderzoek

Naast de anamnese (de arts vraagt en noteert hoe de voorbije periode verlopen is, welke medicatie er genomen werd / wordt) en het klinisch onderzoek, geeft het longfunctieonderzoek belangrijke informatie over de toestand van het ademhalingsstelsel op dat moment.

De voornaamste taak van de longen is het lichaam voorzien van zuurstof en het verwijderen van koolzuurgas. Soms zijn deze functies (tijdelijk) verstoord. Je hebt bijvoorbeeld regelmatig klachten van benauwheid en kortademigheid. Het LF-onderzoek geeft de nodige informatie aan de behandelende arts zoals het volume of de inhoud van de longen en de doorgankelijkheid van de luchtwegen van de betrokkene. Omdat de test frequent wordt uitgevoerd, toont ze een evolutie van de toestand van de longen over de tijd.

De inhoud van de longen neemt toe vanaf de geboorte tot de jong volwassen leeftijd en is gekoppeld aan de lengtegroei en het geslacht. Meisjes hebben gemiddeld een geringere longinhoud dan jongens. De inhoud van de longen kan gemeten worden met behulp van longfunctieapparatuur. Tegenwoordig wordt het meten van het volume of de inhoud gedaan met behulp van een pneumotachograaf (debietmeter).

 

Voor WIE?

MucoviscidosepatiÎnten die op consultatie komen bij de longarts, moeten normaal gezien elke keer een longfunctietest uitvoeren. Dat is niet zo wanneer zich acute problemen voordoen, bijv. een klaplong, een ernstige bloeding.
Ook andere patiÎnten met longproblemen verrichten longfuncties, dit maakt het mogelijk een diagnose te stellen, een behandeling uit te stippelen, de aandoening op te volgen.
Het onderzoek kan uitgevoerd worden vanaf de leeftijd van ongeveer 5 jaar, het kind moet natuurlijk wel de opdrachten begrijpen en kunnen uitvoeren.

Voorbereiding :

  • De patiÎnt hoeft niet nuchter te zijn. Er wordt aangeraden geen zware maaltijd te nuttigen vlak voor het onderzoek. Met een (te) volle maag is dat niet prettig.
  • Het is belangrijk om rustig en ontspannen aan het onderzoek te beginnen, kom daarom op tijd.
  • Toepassen van een goede handhygiÎne: de handen grondig wassen en goed drogen. Dat betekent ringen en armbanden verwijderen alvorens je handen te wassen.


De verpleegkundige die het longfunctieonderzoek begeleidt, plaatst een neusknijper op de neus van de patiÎnt (de neusknijper voorkomt ademhaling door de neus). Via een mondstukje moet je in- en uitademen. Er wordt een speciale mondfilter gebruikt om de overdracht van kiemen te voorkomen. Het mondstuk met filter is aangesloten op gecomputeriseerde meetapparatuur.

Na het longfunctieonderzoek verwijdert de verpleegkundige de neusknijper en de mondfilter. Voor elke patiÎnt wordt een nieuwe neusknijper en een nieuwe filter gebruikt.

 

WAT doen we nu tijdens het longfunctieonderzoek?

Het longfunctieonderzoek is uit verschillende delen opgebouwd. Namelijk de lichaamsplethysmografie (weerstandsmeting) en de spirometrie. Voor elk deel van het onderzoek is een neusknijper vereist.

1) Lichaamsplethysmografie
Bij dit onderzoek wordt de weerstand van de luchtwegen gemeten. Er wordt dus gemeten hoeveel moeite het je kost om te ademen. Ook wordt de inhoud van de longen bepaald op het einde van een rustige uitademing.
De patiÎnt zit in de doorzichtige cabine met gesloten deur, met rechte rug en de voeten gesteund. Via een microfoon is er contact met de verpleegkundige.
De verpleegkundige geeft een teken om te beginnen. Na een aantal keer rustig te hebben in - en uitgeademd, wordt , na een teken van de verpleegkundige, een klepje gesloten (duurt 2 ‡ 3 seconden), waardoor de adem eventjes wordt afgesloten. Het is van groot belang de lippen goed gesloten te houden rond het mondstuk. De patiÎnt probeert verder te ademen tegen het klepje, zonder daarbij de wangen op te blazen. Op dit moment wordt de weerstand in de luchtwegen gemeten. Het klepje verdwijnt, de patiÎnt ademt rustig verder. Deze procedure wordt nog eens herhaald. Daarna ademt de patiÎnt 1 keer maximaal diep uit en zo diep mogelijk in.
Hoe lager de waarden, hoe minder weerstand er in de longen aanwezig is, hoe beter.

2) Spirometrie
De deur van de cabine blijft open. De patiÎnt ademt weer rustig in en uit. De verpleegkundige geeft een teken om heel diep in te ademen en direct zo hard en lang mogelijk uit te ademen. Dat wordt 3 keer herhaald.
Daarna volgt verstuiving met Ventolin (luchtwegverwijdend middel) en fysiologische oplossing (NaCl 0,9%). Indien er bij de patiÎnt luchtwegvernauwing door luchtwegspasme (onwillekeurig samentrekken van de luchtwegen) aanwezig is, zullen de resultaten duidelijk beter zijn bij de spirometrie die volgt na deze verstuiving.
Na de verstuiving wordt de Spirometrie nog 3 keer herhaald.
Als het onderzoek volledig is afgerond, vragen we om opnieuw de handen grondig te wassen en te drogen. Uit deze handelingen worden verschillende parameters berekend:
EÈnsecondewaarde (FEV1) : dat is de hoeveelheid lucht die je, na eerst diep te hebben ingeademd, in 1 seconde uitademt. Bij een gezonde volwassene bedraagt dat 3 tot 5 liter. De ESW (ÈÈnsecondewaarde) kan dalen wanneer er een vernauwing van de luchtwegen (bronchusobstructie) aanwezig is. Deze bronchusobstructie wordt soms veroorzaakt door ontsteking van de wand van de luchtwegen, spasme (onwilllekeurig samentrekken) van de luchtwegen en slijm of sputum dat de luchtwegen nauwer maakt of zelfs verstopt.

Geforceerde vitale capaciteit (FVC) : de hoeveelheid lucht die je maximaal kan in ñ en uitademen. Gezonde personen zonder luchtwegobstructie kunnen hun hele FVC uitademen in minder dan 4 seconden. Bij een gezonde volwassene bedraagt dat 4 tot 6 liter. De computer selecteert de beste waarden en voert berekeningen uit.

De Tiffenau-waarde is FEV1/FVC, en geeft de arts een goede indruk van de luchtwegdoorgankelijkheid.
Deze waarden worden omgezet in curven en worden na het volledige onderzoek door een printer afgedrukt.

Er kan ook een diffusiemeting gebeuren. Zoals reeds eerder vermeld voorzien de longen het lichaam van zuurstof en zorgen ervoor dat koolzuurgas wordt uitgeademd. Dit noemt men ìgasuitwisselingî ofwel ìdiffusieî. Door middel van dit onderzoek wordt nagegaan of de gasuitwisseling gestoord is.
Deze test bepaalt hoe goed de longen de ingeademde zuurstof doorgeven aan het bloed. Het mondstuk wordt aangesloten op de diffusiemeter. Werkwijze: je ademt maximaal uit. Daarna adem je een gasmengsel in (niet schadelijk en reukloos). Dan hou je de adem 10 seconden in en blaas je weer uit in het toestel. De arts bepaalt wanneer dit onderzoek moet gebeuren, meestal 1 maal per jaar.

Alle waarden die door de test bekomen worden, worden vergeleken met de 'voorspelde waarden' voor elke patiÎnt afzonderlijk. Deze worden berekend aan de hand van:
1) lengte van de patiÎnt . Het is van belang de lengte elke keer zo correct mogelijk te bepalen
2) leeftijd van de patiÎnt . De waarden nemen toe tot 18 jaar, blijven dan stabiel tot 25 jaar en nemen dan progressief af bij veroudering
3) geslacht van de patiÎnt . De waarden liggen 10% hoger bij mannen dan bij vrouwen
4) etnische afkomst . Bij Aziatische rassen en bij zwarten uit Centraal-Afrika liggen de voorspelde waarden 10 tot 15% lager dan bij het Kaukasische ras waartoe de meeste van onze patiÎnten behoren.


Zij er tegenindicaties voor het uitvoeren van een longfunctieonderzoek?
Meestal zijn aan een longfunctieonderzoek geen risicoís verbonden. Het longfunctieonderzoek is pijnloos. Wel kan je door de inspanning die je moet leveren wat (meer) last van benauwdheid of kortademigheid krijgen en kan je na het onderzoek last hebben van vermoeidheid.
Uitzondering om geen longfunctie te doen, kunnen zijn:
1) klaplong of pneumothorax : wachten tot ongeveer 1 maand na genezing
2) ernstige bronchospasmen
3) Ernstge longbloedingen


Uit dit alles blijkt dat de longfunctie veel informatie geeft over de situatie bij een poliklinische controle en over de prognose op lange termijn. Om de uitvoering van een longfunctieonderzoek zo correct mogelijk te laten verlopen, is een goede uitleg en begeleiding door de verpleegkundige EN een goede medewerking van de patiÎnt vereist.

 

 

 

Uw steun helpt.

Giften ter ondersteuning zijn steeds welkom.
U kan dit doen via overschrijving op ons rekeningnummer :

BE 24 979-5814989-38

 

Voor giften vanaf 40 Euro ontvangt u van onze vereniging een fiscaal attest.

 

ATS - RUN

Recreatieve aflossingsmarathon ten voordele van o.m.  muco

De zesde editie van de ATS RUN (en Kids Run) ging door op 30 juni 2013

 

Help ons helpen.

Wij zijn voortdurend op zoek naar acties die mucoviscidose onder de aandacht kunnen brengen...

Lees meer ...

 

Contact

Voor alle praktische inlichtingen kan je terecht bij de mucoviscidose-verpleegkundigen:
Marleen: 09/332 24 12 of Ann: 09/332 51 26
E-mail : info.cf@uzgent.be